Zaterdag 5 januari 2013
Via de couchsurf community worden allerlei activiteiten (events) georganiseerd. Iedereen kan er eentje aanmaken, denk een beetje aan Facebook. Zo was er voor vandaag een hike georganiseerd door Joey, een Maleisisch meisje uit KL. Rasmus, Farid en ik zijn vroeg de auto ingestapt op weg naar de jungle die letterlijk op een paar kilometer van het stadscentrum ligt. Logisch eigenlijk want nog geen 150 jaar geleden was Kuala Lumpur een modderige vallei (wat de letterlijke vertaling is van KuLa Lumpur).
Rond een uur of negen zijn we begonnen aan onze zaterdagochtend beweging. Met een groep van ongeveer tien mensen, zowel couchsurf hosts (gastheer/vrouw) als surfers (dat ben ik nu dus omdat ik de gast ben) liepen mee met een rondje van ongeveer een uur. Zo dichtbij de stad en toch zo dichtbij de natuur.
Vervolgens zijn we met z’n allen naar een Banana leave restaurant geweest waar je eten op een bananenblad geserveerd krijgt. Super grappig en spotgoedkoop, je moet er van houden.

Die middag hadden we een bomvol programma waar je u tegen zegt. Niet iedereen wilde met onze groep mee dus alleen Farid, Rasmus, Joey, nog een local, een Indonesiër en ik gingen KL verkennen. Ontzettend leuk natuurlijk om met zo een gemixte groep op stap te gaan met onder andere drie locals die veel weten te vertellen.
Onze eerste stop was de Istana Negara, ofwel het koninklijk nationaal paleis. Een afschuwelijk gebouw, ergens net buiten de stad gedumpt om de toeristen een plezier te doen. Het is nog redelijk onontdekt want het is nog geen jaar geleden geopend. En wie woont er? Helemaal niemand. Dikke onzin dus.
Tweede stop waren de Batu Caves. Deze grottentempel staat bekent om de enorme Hindu trektocht die vanaf Kuala Kumpur hierheen leidt, één maal per jaar halverwege januari. Vanuit religieuze overwegingen doen ze dit met enorme haken en andere gekke staven die hun hele lichaam doorboren. Door de trance waar deze batugangers in verkeren voelen ze niets van de doorboringen. De Batu Caves zijn één van de heiligste plekken op aarde voor Hindoes. Het grootste Murugan standbeeld ter wereld verwelkomt je bij een enorme trap van 300+ treden waar de apen je eten en drinken stelen. de trap brengt je naar de heilige tempel in de berggrot.
De derde stop was een museum over de Orang Asli, de aboriginals van Maleisië. Letterlijk vertaald betekent het de originele mensen. Helaas werd het museum in een nieuw jasje gestoken en waren de deuren gesloten voor publiek. Het alternatief was om de echte Orang Asli te bezoeken die vlakbij het museum wonen. Dit was dus eigenlijk een veel betere keuze dan het museum. Daar liepen we dan het kleine dorpje in, vanuit elk raampje werd er gekeken naar ons alsof we van een andere planeet kwamen. Uiteindelijk kreeg ik een moeder met twee kinderen zo ver om op de foto te gaan met mij. Achteraf voelde ik me lichtelijk schuldig want het kleine meisje vond mij ontzettend eng en begon bijna te huilen, oops.

Onze zoveelste stop was het tinmuseum waar de grootste biermok ter wereld staat. Ik had hem bijna willen meenemen in m’n rugzakje 🙂 Tin/blik is voor Maleisië een groot exportproduct geweest en nog steeds heeft dit metaal een grote invloed op het leven van de mensen hier.
De laatste stop voordat ik een welverdiende douche kon nemen bij Farid thuis was het Titiwangsa park. Een stadspark met een mooi uitzicht op de skyline van Kuala Lumpur waarbij uiteraard de Petronas Towers het beeld domineren.
Die avond was weer een gekke. Allereerst nam Farid Rasmus en mij mee naar een enorme lokale nachtmarkt in een suburb van KL. Opnieuw voelde ik me erg bekeken, ja wat wil je ook als blanke (voor begrippen hier redelijk lang), met donkerblond haar en lichtgekleurde ogen. Farid liet ons allerlei soorten snacks proberen waarvan de meeste wel te eten waren gelukkig. Eten is echt een groot ding in Maleisië waarbij de culinaire keuken bestaat uit een mix van Chinees, Indisch, Indonesisch, Thais en Maleisisch. Keuze genoeg dus!
Vervolgens moesten we dronken gevoerd worden. Farid drinkt zelf niet vanwege geloofsovertuigingen dus er zit niets anders op dan al z’n couchsurfers dronken te voeren. Aangezien Maleisië een Islamitisch land is zijn alcohol en sigaretten ontzettend duur. De clubbing scène is dus alleen voor de wat meer welvarende mensen weggelegd. Helaas ben ik een sloeberige backpacker dus een bierkan van 15 euro paste niet in mijn begroting. Het mooie is dat we naar een club gingen waar Farid de DJ kent en we de bierkan van het huis kregen aangeboden. Wat een mazzel heb ik toch met deze host. En het werd alsmaar mooier toen opeens alle locals in de club Rasmus en mij drankjes begonnen aan te bieden. Zoveel beter dan een Ko Pha Ngan Fullmoon party waarbij je eigenlijk met de halve westelijke wereld op een Aziatisch strand aan het feesten bent.

Zondag 6 januari 2013
In de zinderende hitte een megastad als Kuala Lumpur verkennen is geen pretje. Binnen vijf minuten ben je een lopende waterval en de zon brandt door je huid heen, toch ben ik helemaal weg van deze stad.
Farid wilde een dagje vrij van het couchsurfen dus heeft hij Rasmus en mij bij het treinstation afgezet zodat we op eigen houtje de stad konden gaan verkennen. Na alle lokale markten en minder toeristische attracties van de dag ervoor kon ik nu lekker de toerist uithangen in Chinatown en het oude stadscentrum. Later die middag heb ik me helemaal laten onderdompelen in de Islam door samen met Rasmus naar de Masjid Negara te gaan, ofwel de nationale moskee van Maleisië. Mijn kijk op geloven is ontzettend aan het veranderen, zeker omdat wij in Europa een enorme eenrichtingsvisie hebben als het neerkomt op geloven. Goed, teveel wil ik hier niet over kwijt want ik denk dat iedereen dat lekker voor zichzelf moet uitvogelen.
Aan het begin van de avond ben ik alleen verder gegaan en was toe aan verkoeling. En waar kan dat beter dan in één van de vijftig overdekte malls die KL rijk is? Maleisiërs zijn gek op deze enorme entertainmentcentra met winkels, restaurants, bioscopen, bowlingbanen en zelfs hele pretparken! De grootste is Berjaya Times Square met meer dan 700 winkels onder hetzelfde dak. Lang kon ik niet blijven want die avond zou er een nieuwe couchsurfer komen. Rasmus kon namelijk terecht bij een Deense vriend van hem en de Ierse Simon zou voor hem in de plaats komen. Zodoende moest ik net als Simon naar een treinstation komen waar Farid ons weer zou ophalen.
Meteen scheurde we met z’n minivan Kuala Lumpur weer door op weg naar een Nightmarket in de wijk waar Farid is opgegroeid. Zoveel lekker eten en in totaal ben je amper twee euro kwijt (inclusief drinken).
We waren alle drie best moe dus die avond hebben Simon en ik ons alleen nog overgegeven aan het fenomeen Bubble Tea. Dit goedje komt oorspronkelijk uit Taiwan en is een koude thee met ijs, melk en jellyballen. Het rietje is groot genoeg om deze krengen ook op te zuigen dus als je voor het eerst een slok neemt moet je oppassen dat je niet stikt. Aziaten zijn er gek op! We sloten de avond thuis af met een film.
Maandag 7 januari 2013
De dag dat ik voor een nachtje KL zou verlaten om naar Melaka te gaan. Deze stad ligt ongeveer twee uur rijden ten zuiden van Kuala Lumpur. Farid had het hele plan al gemaakt en zou Simon, Rasmus en zijn Deense vriend Daniël en mij (nog een Daniël) meenemen naar Melaka. Het historische centrum is klein en bestaat voornamelijk uit Nederlandse, Portugese en Britse gebouwen. Wij Nederlanders hebben namelijk 150 jaar de baas uitgehangen hier tijdens onze VOC tijden. Ze hebben zelf een kleine windmolen waar ik uiteraard mee op de foto moest. Allereerst moesten we typisch Melaka voedsel naar binnen werken, bestaande uit rijstballen met kip en eend. We liepen vervolgens rond van een Portugese kerk naar het Nederlandse kerkje, het oude Stadthuys en naar het beroemde Portugese fort A Famosa.

Vlakbij het fort ligt een heuse Nederlandse begraafplaats waar in oud Nederlands de stenen zijn beschreven. Heel bizar.
Het typische Maleisische verkoelende dessert Cendol mochten we ook zeker niet aan ons voorbij laten gaan. Cendol bestaat uit geschaafd ijs met bruine suikersiroop, bonen en zetmeelstaven. Dit klinkt heel ranzig, maar als je het allemaal in een kom gooit is het best lekker. Zeker als het ijs gesmolten is en je een smerige lichtbruine soep naar binnen slurpt 🙂
Later die middag hebben we nog een bezoek gebracht aan een Chinese tempel, een typische Maleisische woning en een moskee. Het is supermooi om te zien hoe men hier bezig is het met geloof en het fascineert me elke keer weer, zegt de atheïst die dit verhaal typt.
Onze dagtrip naar Melaka eindigde met een bezoek aan de rivier waar een Portugees schip ligt die men vroeger gebruikte als replica voor de toeristen.
We stapten de auto in en reden terug naar het noorden richting Port Dickson. Farid z’n familie heeft hier een appartement in een condominium. We stopten onderweg as usual bij een Nightmarket om goedkoop voedsel te consumeren bij de verschillende kraampjes. Een uurtje later kwamen we aan in Port Dickson. Farid had opgezocht dat er kermis was en daar wilde hij ons naar toe brengen. Nooit gedacht dat ik in Maleisië in een schommelschip (die over de kop gaat) zou stappen waarbij de beugel niet heel betrouwbaar voelde, maar goed je leeft maar één keer dus waarom ook niet. Samen met Farid en Simon toch maar de uitdaging aangegaan en vijf minuten later stond ik gelukkig weer veilig op de grond.
Bij één van de vele supermarktjes kochten we wat bier en chips om bij het zwembad ons eigen feestje te bouwen. Het hele appartementen complex deelt een zwembad en daar moesten we dus uiteraard gretig gebruik van maken die nacht.

Dinsdag 8 januari 2013
Port Dickson is het Zandvoort van Maleisië. Vandaag moesten we dus maar een dagje doorbrengen op het strand. Heel relaxend even bijkomen na de intensieve dagen met Farid en andere couchsurfers. Een groepje lokale mensen was op het strand een verjaardag aan het vieren en wij als vier Europeanen mochten als eregasten zingen (in het Maleisisch wel te verstaan, nadat Farid ons de woorden had geleerd). We kregen zelfs taart van deze ontzettend lieve mensen en tot slotte kreeg ik van één van de locals naar m’n hoofd geslingerd dat ik op Leonardo Dicaprio lijk. Helemaal prima lijkt me zo.
Het was een kort tripje van twee dagen voordat we weer terug zouden keren naar Kuala Lumpur. Aan het begin van de avond reden we terug maar stopten eerst nog in Putrujaya. Dit is de government city van Maleisië. Noem het maar het Washington DC van Maleisië want daar heeft het wel iets van mag. Ik durf het bijna niet te zeggen maar ja hoor we gingen weer lekker cheap naar de nachtmarkt. Helemaal weg ben ik van deze markten en dit wordt een nieuw fenomeen in Europa geïntroduceerd door Daniël de Vos (over een paar jaar, wacht maar af). Met onze plastic tasjes vol met eten reden we naar een enorme rotonde met in het midden een park waar de vlaggen van de negen staten geplant staan. Met de Koran achtergrondgeluiden van de moskee peuzelden we ons streetfood op en konden we nog even nagenieten.
Later stopten we nog bij een soort Calatrava brug die in de avond ontzettend mooi oplicht en bij de Arc de Thriomph van Putrajaya voordat we Rasmus en Daniël moesten afzetten in Bukit Bintang waar zij zouden overnachten. Farid, Simon en ik waren wel in voor een drankje in misschien wel de bar met het mooiste uitzicht in Kuala Lumpur. Het Traders Hotel staat pal tegenover de Petronas Towers en met een Skybar (met zwembad) op de 33ste verdieping is het zeker geen verkeerde plek om de dag af te sluiten. Uiteraard moesten we weer lekker veel foto’s nemen en na onze mocktails kregen we om middernacht ook nog eens een spectaculair uitzicht waarbij alle duizenden lichten van de Petronas Towers uit gaan!
Woensdag 9 januari 2013
Farid wilde weer even een dagje af van het hosten van Simon en mij dus in de ochtend het hij ons bij de trein afgezet zodat we op eigen houtje de stad konden gaan verkennen. Aangezien ik de meeste highlights al gedaan had en Simon nog niet zijn we allebei op eigen houtje gegaan. Allereerst naar de Midvalley Megamall, ja ik vind malls leuk want we hebben airco, mensen die je kan bestuderen en je kan er gewoon lekker rondlopen. Vervolgens moest ik nog een laatste toeristische attractie doen en dat is de Kuala Lumpur Tower. Deze enorme zendmast staat op een heuvel in het centrum en als je wilt kan je naar een observeringsdek. Aangezien ik al de Petronas Towers in was geweest vond ik het zonde van m’n geld om deze toren in te gaan.
Eindelijk was er ook weer even tijd voor een relaxende parksessie. Zelfs in een drukke stad als KL kan je op nog geen tweehonderd meter van de Petronas Tower een plekje vinden waar niemand je lastig valt, heerlijk even bijkomen dus. Goed, mijn chille parksessies duren nooit langer dan een half uur want dan ben ik het al zat dus op naar Bukit Bintang. Goh, wat is dat? Ja hoor, een shopping district met tientallen malls en helemaal mijn wereld dus. In twee uur tijd heb ik zo ongeveer alle malls bewandelt en meer zonder ook maar een cent uit te geven. Jeej 🙂
Rond een uur of 7 hadden Simon, Farid en ik weer afgesproken op een centrale plek in Bukit Bintang en zijn we de auto ingestapt op weg naar (goh, dit wordt zo ouderwets) een night market 🙂 Oke oke, het is de laatste waar ik ben geweest dus vanaf nu hoeven jullie dat niet meer aan te horen. Deze was wel extra groot, extra druk en met heerlijk eten!
Farid wilde ons nog een laatste maal een mooi uitzicht geven over de stad. Op een half uurtje rijden vind je een heuvel waar je dit perfecte uitzicht krijgt.
Donderdag 10 januari 2013
Het is allemaal heel ingewikkeld dit, maar ik doe het in het kort. Simon ging vandaag weg, Rasmus verbleef bij z’n vriend (Daniel) maar het was zijn laatste dag dus Farid nam hem nog even op sleeptouw. Zodoende gingen wij met z’n drieën naar de Blue Mosque. De zoveelste moskee. Gelukkig is dit wel een bijzondere want we kregen een tour die iets anders eindigde dan ik had gedacht. Ik voelde me een beetje opgelaten toen ik het gevoel had dat mijn bekering tot Moslim er aan zat te komen. Ach goed, zo vatte ik het op maar de mensen zijn gewoon heel passievol over hun geloof en dat is (nogmaals) iets heel moois.
Die middag was het dan weer zover. Nasim en ik hadden toch maar een plan opgezet om met elkaar af te spreken. Na drie keer random elkaar gezien te hebben in Thailand moesten we dit toch maar eens plannen. Farid en ik hadden afgesproken bij haar hostel om haar op te halen voor een middagje hiken naar een waterval.
Hoppa, wandelschoenen aan en gaan met die banaan. Voordat we begonnen aan de enorme klim moesten we eerst nog even de aapjes bewonderen en op de foto met een slang. Maar uiteindelijk konden we dan beginnen. Een stevige klim van een paar honderd treden en wandelpaden maar de waterval was de mooiste die ik tot nu toe heb gezien. Enorm groot, mooi en met bulkend water kletterend op de rotsen.
Onze volgende stop (jaja, nog steeds in de toeristische alles-doen-alles-zien modus) was een uitkijkpunt met de zonsondergang waar de apen geheel menselijk verkracht zijn. Deze apen zijn gewoon tam doordat iedere dag mensen ze komen voeren. Best zielig eigenlijk maar goed aangezien ze toch al zo tam zijn als wat kon ik ze ook net zo goed voeren. Ze zijn eigenlijk heel beleefd en ze vragen om voedsel, in tegenstelling tot apen op andere plekken waar ik ben geweest.
Na een maaltijd in een restaurant (kijk, voor het eerst in dagen geen night market food) zijn we doorgereden terug richting Kuala Lumpur om een boottocht te maken met vuurvliegen. In dit gebied vind je de meeste fireflies ter wereld. Helaas was de boot een beetje duur dus besloten we vanaf de waterkant te genieten van de oplichtende bomen waar de vuurvliegjes zich terugtrekken. Zo een bizar gezicht, het lijkt net alsof de kerstverlichting op knipperstand staat.
Onze allerlaatste stop voor die dag waren de hotsprings. En oh wow, die waren hot geloof me. Voor Maleisiërs is het een soort open badcentrum waar je voordat je naar bed gaat even heerlijk kan opfrissen. Ondanks het feit dat het buiten nog steeds dertig graden was moesten onze lichamen er toch echt aan geloven. De heetste bron was echt te heet en die kan je amper aanraken, bijna kokend heet maar de minst warme bron, die nog steeds een graad of 50-60 is kan je ‘gemakkelijk’ betreden. Als enige blanke jongeman ter plaatse ontstond er een soort van kijkrichting naar mij hoe ik de hotspring in ging. Er werd natuurlijk gelachen, gegiechelt en toen ik een keiharde schreeuw eruit gooide omdat het niet normaal heet was werd er nog harder gelachen. Een geweldige ervaring en mooi hoe iedereen zo geinteresseerd in ons was. Maleisiërs zijn echt de meest lieve mensen die ik ooit heb ontmoet.
Vrijdag 12 januari 2013
Mijn laatste dag samen met Farid voordat ik weer op eigen houtje verder de wijde wereld in moest. We vertrokken vroeg richting Ipoh. Farid had namelijk een event aangemaakt op CoushSurfing voor een dagtrip naar Ipoh. Met een groep van zes mensen, vier Europeanen en drie locals (waaronder Joey) reden we weg van Kuala Lumpur. Na twee uur rijden kwamen we aan bij de grootste grot in Maleisië, Gua Tempurung vlakbij Ipoh. Meestal zijn grotten zeer verkoelend maar dat gaat hier niet op. Grotten zijn meer een soort van gratis sauna’s waar je druipend als een druipsteen de grot verlaat.
Voordat we echt naar Ipoh zouden gaan stopten we eerst nog bij een verlaten kasteel genaamd ‘Kellie’s Castle’. Oorspronkelijk zou dit onafgemaakte kasteel een plek worden voor een rijke Engelse familie lang lang geleden maar toen ging de persoon in kwestie dood en bla bla. Het komt er op neer dat het een mooi kasteeltje is, niets bijzonders maar wel leuk om te zien.
Oke, we zijn er bijna nog even volhouden. Eigenlijk ga je naar Ipoh voor één ding en dat is eten en koffie, de white coffee wel te verstaan. White coffee is doodnormale koffie met melk, suiker en ijsklontjes en is verrassend lekker. Try it when you are in Malaysia! Daarnaast moesten we natuurlijk eten in een bekend restaurantje waar schijnbaar het lekkerste eten wordt geserveerd. Typisch Ipoh eten is Kip met rijst. Het klinkt heel simpel maar het is meer dan dat. Mocht je ooit toevallig in Ipoh belanden, gewoon dit allemaal proberen.
Aan het eind van de middag zijn we nog naar een tempel geweest aan de rand van de stad. Deze tempel is gebouwd in en tegen een bergwand aan. Helaas was de grootste van alle tempels al dicht maar de iets kleinere was net zo mooi om te zien. En toen kwam het moment dat ik afscheid moest nemen van m’n eerste CS host. Het was best lastig aangezien je een week intensief met elkaar optrekt, veel deelt en leert van elkaar en dan bam komt de realiteit je weer tegemoet. Met al m’n baggage werd ik bij het busstation eruit gezet en kon ik wachten op mijn volgende Maleisische host, dit keer een dame die mij voor een nachtje in Ipoh onder haar hoede zou nemen.