White Coffee Town of Ipoh

Vrijdag 12 januari 2013

Sta je dan in een stad in Maleisie, hopende dat je nieuwe couchsurf host je komt ophalen bij de afgesproken plek. Na een uurtje wachten bij de McDonalds kwam mijn couchsurf host Sherilynn dan toch gelukkig om mij en mn backpack mee te nemen naar haar huis. Die nacht zou er ook een andere surfer zijn, een Spaans meisje Laura. De dag ervoor had Sherilynn mij een mailtje gestuurd met de vraag of ik het leuk vond om een internationale cookout te houden die avond met gerechten van onze drie landen. Super leuk leek me dit, alleen daadwerkelijk geen idee wat ik moest maken. We reden naar de supermarkt om spullen te kopen en al vrij snel zag ik brood en pindakaas in de schappen liggen. Lekker makkelijk dacht ik, nog een beetje hagelslag vinden en het typische Nederlandse ontbijtje hebben we in ieder geval.

Laura maakte heerlijke Spaanse omelette en Sheriylnn Maleisische noodles. Op het relaxte balkonnetje van haar huis hebben we heerlijk een paar uur gezeten onder het genot van goede gesprekken en het overheerlijke eten.

SAM_1783

Zaterdag 13 januari 2013

De volgende ochtend was het dan mijn beurt om een typisch Nederlands ontbijt te serveren! Hoe gek dat het was om een heerlijk broodje pindakaas met hagelslag te eten (en ja de meiden verklaren ons voor gek met ons zoet ontbijtje).

Het was een kort bezoek aan Ipoh want die middag zou ik alweer met de bus richting Cameron Highlands vertrekken. Voordat Sherilynn mij en Laura bij de bus afzette hebben we eerst nog een Frans meisje opgehaald die de komende dagen onze plek zou innemen. Typisch Ipoh eten naar binnen werken met een Ipoh White Coffee natuurlijk (gewone koffie met veel melk, ijs en suiker), een beetje rondlopen in het oude centrum, een art gallery bezocht en hoppa naar de bus waar ik Sherilynn na het korte bezoekje alweer gedag moest zeggen.

Na twee uur rijden en 1500 meter de bergen in te zijn gegaan kwam ik aan in Tanah Rata (Cameron Highlands). Tevens hier zou ik weer couchsurfen bij een dame. Eenmaal aangekomen moest ik haar bellen dus dat deed ik, met een collect call. En oops ik had niet genoeg muntjes dus echt na twintig seconden stopte het gesprek al. Na wat briefgeld te hebben gewisseld was het tijd voor poging twee om Surayya te bellen. Ze nam op en vrij snel gaf ze me een vaag adres. Na wat rondvragen, een derde telefoongesprek en twintig minuten lopen met m’n steeds zwaardere huis op m’n rug zag ik Surayya zwaaien dat ik naar boven moest komen. En wat een chick is dat. Heerlijk op de bank hangend met haar twee katten met alle Amerikaanse tv series die je maar kan opnoemen op de tv weergegeven. Ik kreeg een eigen kamer met een tweepersoons bed, de sleutel van het huis en ik mocht de fiets lenen van een couchsurfer die hem bij haar achter had gelaten. Ze gaf me wat nadenkstof mee voor die avond toen ik het stadje ging verkennen. De fiets (die helemaal vanaf Amsterdam naar Bangkok is gereden in twee jaar tijd door een Nederlands meisje en vervolgens overgenomen is door een Amerikaan die hem vanaf Bangkok in twee maanden naar Cameron Highlands heeft gefietst) zou ik mogen hebben, gratis en voor niets. Aangezien ik vast zat aan een vlucht van Singapore naar Hong Kong op 21 januari twijfelde ik heel erg of ik de fiets wel mee moest nemen. Een fiets aangeboden krijgen gebeurt niet elke dag zeg maar?!

De modderige vallei Kuala Lumpur

Zaterdag 5 januari 2013
Via de couchsurf community worden allerlei activiteiten (events) georganiseerd. Iedereen kan er eentje aanmaken, denk een beetje aan Facebook. Zo was er voor vandaag een hike georganiseerd door Joey, een Maleisisch meisje uit KL. Rasmus, Farid en ik zijn vroeg de auto ingestapt op weg naar de jungle die letterlijk op een paar kilometer van het stadscentrum ligt. Logisch eigenlijk want nog geen 150 jaar geleden was Kuala Lumpur een modderige vallei (wat de letterlijke vertaling is van KuLa Lumpur).

Rond een uur of negen zijn we begonnen aan onze zaterdagochtend beweging. Met een groep van ongeveer tien mensen, zowel couchsurf hosts (gastheer/vrouw) als surfers (dat ben ik nu dus omdat ik de gast ben) liepen mee met een rondje van ongeveer een uur. Zo dichtbij de stad en toch zo dichtbij de natuur.

Vervolgens zijn we met z’n allen naar een Banana leave restaurant geweest waar je eten op een bananenblad geserveerd krijgt. Super grappig en spotgoedkoop, je moet er van houden.

Die middag hadden we een bomvol programma waar je u tegen zegt. Niet iedereen wilde met onze groep mee dus alleen Farid, Rasmus, Joey, nog een local, een Indonesiër en ik gingen KL verkennen. Ontzettend leuk natuurlijk om met zo een gemixte groep op stap te gaan met onder andere drie locals die veel weten te vertellen.

Onze eerste stop was de Istana Negara, ofwel het koninklijk nationaal paleis. Een afschuwelijk gebouw, ergens net buiten de stad gedumpt om de toeristen een plezier te doen. Het is nog redelijk onontdekt want het is nog geen jaar geleden geopend. En wie woont er? Helemaal niemand. Dikke onzin dus.

Tweede stop waren de Batu Caves. Deze grottentempel staat bekent om de enorme Hindu trektocht die vanaf Kuala Kumpur hierheen leidt, één maal per jaar halverwege januari. Vanuit religieuze overwegingen doen ze dit met enorme haken en andere gekke staven die hun hele lichaam doorboren. Door de trance waar deze batugangers in verkeren voelen ze niets van de doorboringen. De Batu Caves zijn één van de heiligste plekken op aarde voor Hindoes. Het grootste Murugan standbeeld ter wereld verwelkomt je bij een enorme trap van 300+ treden waar de apen je eten en drinken stelen. de trap brengt je naar de heilige tempel in de berggrot.

De derde stop was een museum over de Orang Asli, de aboriginals van Maleisië. Letterlijk vertaald betekent het de originele mensen. Helaas werd het museum in een nieuw jasje gestoken en waren de deuren gesloten voor publiek. Het alternatief was om de echte Orang Asli te bezoeken die vlakbij het museum wonen. Dit was dus eigenlijk een veel betere keuze dan het museum. Daar liepen we dan het kleine dorpje in, vanuit elk raampje werd er gekeken naar ons alsof we van een andere planeet kwamen. Uiteindelijk kreeg ik een moeder met twee kinderen zo ver om op de foto te gaan met mij. Achteraf voelde ik me lichtelijk schuldig want het kleine meisje vond mij ontzettend eng en begon bijna te huilen, oops.

Onze zoveelste stop was het tinmuseum waar de grootste biermok ter wereld staat. Ik had hem bijna willen meenemen in m’n rugzakje 🙂 Tin/blik is voor Maleisië een groot exportproduct geweest en nog steeds heeft dit metaal een grote invloed op het leven van de mensen hier.

De laatste stop voordat ik een welverdiende douche kon nemen bij Farid thuis was het Titiwangsa park. Een stadspark met een mooi uitzicht op de skyline van Kuala Lumpur waarbij uiteraard de Petronas Towers het beeld domineren.

Die avond was weer een gekke. Allereerst nam Farid Rasmus en mij mee naar een enorme lokale nachtmarkt in een suburb van KL. Opnieuw voelde ik me erg bekeken, ja wat wil je ook als blanke (voor begrippen hier redelijk lang), met donkerblond haar en lichtgekleurde ogen. Farid liet ons allerlei soorten snacks proberen waarvan de meeste wel te eten waren gelukkig. Eten is echt een groot ding in Maleisië waarbij de culinaire keuken bestaat uit een mix van Chinees, Indisch, Indonesisch, Thais en Maleisisch. Keuze genoeg dus!

Vervolgens moesten we dronken gevoerd worden. Farid drinkt zelf niet vanwege geloofsovertuigingen dus er zit niets anders op dan al z’n couchsurfers dronken te voeren. Aangezien Maleisië een Islamitisch land is zijn alcohol en sigaretten ontzettend duur. De clubbing scène is dus alleen voor de wat meer welvarende mensen weggelegd. Helaas ben ik een sloeberige backpacker dus een bierkan van 15 euro paste niet in mijn begroting. Het mooie is dat we naar een club gingen waar Farid de DJ kent en we de bierkan van het huis kregen aangeboden. Wat een mazzel heb ik toch met deze host. En het werd alsmaar mooier toen opeens alle locals in de club Rasmus en mij drankjes begonnen aan te bieden. Zoveel beter dan een Ko Pha Ngan Fullmoon party waarbij je eigenlijk met de halve westelijke wereld op een Aziatisch strand aan het feesten bent.

Zondag 6 januari 2013
In de zinderende hitte een megastad als Kuala Lumpur verkennen is geen pretje. Binnen vijf minuten ben je een lopende waterval en de zon brandt door je huid heen, toch ben ik helemaal weg van deze stad.

Farid wilde een dagje vrij van het couchsurfen dus heeft hij Rasmus en mij bij het treinstation afgezet zodat we op eigen houtje de stad konden gaan verkennen. Na alle lokale markten en minder toeristische attracties van de dag ervoor kon ik nu lekker de toerist uithangen in Chinatown en het oude stadscentrum. Later die middag heb ik me helemaal laten onderdompelen in de Islam door samen met Rasmus naar de Masjid Negara te gaan, ofwel de nationale moskee van Maleisië. Mijn kijk op geloven is ontzettend aan het veranderen, zeker omdat wij in Europa een enorme eenrichtingsvisie hebben als het neerkomt op geloven. Goed, teveel wil ik hier niet over kwijt want ik denk dat iedereen dat lekker voor zichzelf moet uitvogelen.

Aan het begin van de avond ben ik alleen verder gegaan en was toe aan verkoeling. En waar kan dat beter dan in één van de vijftig overdekte malls die KL rijk is? Maleisiërs zijn gek op deze enorme entertainmentcentra met winkels, restaurants, bioscopen, bowlingbanen en zelfs hele pretparken! De grootste is Berjaya Times Square met meer dan 700 winkels onder hetzelfde dak. Lang kon ik niet blijven want die avond zou er een nieuwe couchsurfer komen. Rasmus kon namelijk terecht bij een Deense vriend van hem en de Ierse Simon zou voor hem in de plaats komen. Zodoende moest ik net als Simon naar een treinstation komen waar Farid ons weer zou ophalen.

Meteen scheurde we met z’n minivan Kuala Lumpur weer door op weg naar een Nightmarket in de wijk waar Farid is opgegroeid. Zoveel lekker eten en in totaal ben je amper twee euro kwijt (inclusief drinken).

We waren alle drie best moe dus die avond hebben Simon en ik ons alleen nog overgegeven aan het fenomeen Bubble Tea. Dit goedje komt oorspronkelijk uit Taiwan en is een koude thee met ijs, melk en jellyballen. Het rietje is groot genoeg om deze krengen ook op te zuigen dus als je voor het eerst een slok neemt moet je oppassen dat je niet stikt. Aziaten zijn er gek op! We sloten de avond thuis af met een film.

Maandag 7 januari 2013
De dag dat ik voor een nachtje KL zou verlaten om naar Melaka te gaan. Deze stad ligt ongeveer twee uur rijden ten zuiden van Kuala Lumpur. Farid had het hele plan al gemaakt en zou Simon, Rasmus en zijn Deense vriend Daniël en mij (nog een Daniël) meenemen naar Melaka. Het historische centrum is klein en bestaat voornamelijk uit Nederlandse, Portugese en Britse gebouwen. Wij Nederlanders hebben namelijk 150 jaar de baas uitgehangen hier tijdens onze VOC tijden. Ze hebben zelf een kleine windmolen waar ik uiteraard mee op de foto moest. Allereerst moesten we typisch Melaka voedsel naar binnen werken, bestaande uit rijstballen met kip en eend. We liepen vervolgens rond van een Portugese kerk naar het Nederlandse kerkje, het oude Stadthuys en naar het beroemde Portugese fort A Famosa.

Vlakbij het fort ligt een heuse Nederlandse begraafplaats waar in oud Nederlands de stenen zijn beschreven. Heel bizar.

Het typische Maleisische verkoelende dessert Cendol mochten we ook zeker niet aan ons voorbij laten gaan. Cendol bestaat uit geschaafd ijs met bruine suikersiroop, bonen en zetmeelstaven. Dit klinkt heel ranzig, maar als je het allemaal in een kom gooit is het best lekker. Zeker als het ijs gesmolten is en je een smerige lichtbruine soep naar binnen slurpt 🙂

Later die middag hebben we nog een bezoek gebracht aan een Chinese tempel, een typische Maleisische woning en een moskee. Het is supermooi om te zien hoe men hier bezig is het met geloof en het fascineert me elke keer weer, zegt de atheïst die dit verhaal typt.

Onze dagtrip naar Melaka eindigde met een bezoek aan de rivier waar een Portugees schip ligt die men vroeger gebruikte als replica voor de toeristen.

We stapten de auto in en reden terug naar het noorden richting Port Dickson. Farid z’n familie heeft hier een appartement in een condominium. We stopten onderweg as usual bij een Nightmarket om goedkoop voedsel te consumeren bij de verschillende kraampjes. Een uurtje later kwamen we aan in Port Dickson. Farid had opgezocht dat er kermis was en daar wilde hij ons naar toe brengen. Nooit gedacht dat ik in Maleisië in een schommelschip (die over de kop gaat) zou stappen waarbij de beugel niet heel betrouwbaar voelde, maar goed je leeft maar één keer dus waarom ook niet. Samen met Farid en Simon toch maar de uitdaging aangegaan en vijf minuten later stond ik gelukkig weer veilig op de grond.

Bij één van de vele supermarktjes kochten we wat bier en chips om bij het zwembad ons eigen feestje te bouwen. Het hele appartementen complex deelt een zwembad en daar moesten we dus uiteraard gretig gebruik van maken die nacht.

Dinsdag 8 januari 2013
Port Dickson is het Zandvoort van Maleisië. Vandaag moesten we dus maar een dagje doorbrengen op het strand. Heel relaxend even bijkomen na de intensieve dagen met Farid en andere couchsurfers. Een groepje lokale mensen was op het strand een verjaardag aan het vieren en wij als vier Europeanen mochten als eregasten zingen (in het Maleisisch wel te verstaan, nadat Farid ons de woorden had geleerd). We kregen zelfs taart van deze ontzettend lieve mensen en tot slotte kreeg ik van één van de locals naar m’n hoofd geslingerd dat ik op Leonardo Dicaprio lijk. Helemaal prima lijkt me zo.

Het was een kort tripje van twee dagen voordat we weer terug zouden keren naar Kuala Lumpur. Aan het begin van de avond reden we terug maar stopten eerst nog in Putrujaya. Dit is de government city van Maleisië. Noem het maar het Washington DC van Maleisië want daar heeft het wel iets van mag. Ik durf het bijna niet te zeggen maar ja hoor we gingen weer lekker cheap naar de nachtmarkt. Helemaal weg ben ik van deze markten en dit wordt een nieuw fenomeen in Europa geïntroduceerd door Daniël de Vos (over een paar jaar, wacht maar af). Met onze plastic tasjes vol met eten reden we naar een enorme rotonde met in het midden een park waar de vlaggen van de negen staten geplant staan. Met de Koran achtergrondgeluiden van de moskee peuzelden we ons streetfood op en konden we nog even nagenieten.

Later stopten we nog bij een soort Calatrava brug die in de avond ontzettend mooi oplicht en bij de Arc de Thriomph van Putrajaya voordat we Rasmus en Daniël moesten afzetten in Bukit Bintang waar zij zouden overnachten. Farid, Simon en ik waren wel in voor een drankje in misschien wel de bar met het mooiste uitzicht in Kuala Lumpur. Het Traders Hotel staat pal tegenover de Petronas Towers en met een Skybar (met zwembad) op de 33ste verdieping is het zeker geen verkeerde plek om de dag af te sluiten. Uiteraard moesten we weer lekker veel foto’s nemen en na onze mocktails kregen we om middernacht ook nog eens een spectaculair uitzicht waarbij alle duizenden lichten van de Petronas Towers uit gaan!

Woensdag 9 januari 2013
Farid wilde weer even een dagje af van het hosten van Simon en mij dus in de ochtend het hij ons bij de trein afgezet zodat we op eigen houtje de stad konden gaan verkennen. Aangezien ik de meeste highlights al gedaan had en Simon nog niet zijn we allebei op eigen houtje gegaan. Allereerst naar de Midvalley Megamall, ja ik vind malls leuk want we hebben airco, mensen die je kan bestuderen en je kan er gewoon lekker rondlopen. Vervolgens moest ik nog een laatste toeristische attractie doen en dat is de Kuala Lumpur Tower. Deze enorme zendmast staat op een heuvel in het centrum en als je wilt kan je naar een observeringsdek. Aangezien ik al de Petronas Towers in was geweest vond ik het zonde van m’n geld om deze toren in te gaan.

Eindelijk was er ook weer even tijd voor een relaxende parksessie. Zelfs in een drukke stad als KL kan je op nog geen tweehonderd meter van de Petronas Tower een plekje vinden waar niemand je lastig valt, heerlijk even bijkomen dus. Goed, mijn chille parksessies duren nooit langer dan een half uur want dan ben ik het al zat dus op naar Bukit Bintang. Goh, wat is dat? Ja hoor, een shopping district met tientallen malls en helemaal mijn wereld dus. In twee uur tijd heb ik zo ongeveer alle malls bewandelt en meer zonder ook maar een cent uit te geven. Jeej 🙂

Rond een uur of 7 hadden Simon, Farid en ik weer afgesproken op een centrale plek in Bukit Bintang en zijn we de auto ingestapt op weg naar (goh, dit wordt zo ouderwets) een night market 🙂 Oke oke, het is de laatste waar ik ben geweest dus vanaf nu hoeven jullie dat niet meer aan te horen. Deze was wel extra groot, extra druk en met heerlijk eten!

Farid wilde ons nog een laatste maal een mooi uitzicht geven over de stad. Op een half uurtje rijden vind je een heuvel waar je dit perfecte uitzicht krijgt.

Donderdag 10 januari 2013

Het is allemaal heel ingewikkeld dit, maar ik doe het in het kort. Simon ging vandaag weg, Rasmus verbleef bij z’n vriend (Daniel) maar het was zijn laatste dag dus Farid nam hem nog even op sleeptouw. Zodoende gingen wij met z’n drieën naar de Blue Mosque. De zoveelste moskee. Gelukkig is dit wel een bijzondere want we kregen een tour die iets anders eindigde dan ik had gedacht. Ik voelde me een beetje opgelaten toen ik het gevoel had dat mijn bekering tot Moslim er aan zat te komen. Ach goed, zo vatte ik het op maar de mensen zijn gewoon heel passievol over hun geloof en dat is (nogmaals) iets heel moois.

Die middag was het dan weer zover. Nasim en ik hadden toch maar een plan opgezet om met elkaar af te spreken. Na drie keer random elkaar gezien te hebben in Thailand moesten we dit toch maar eens plannen. Farid en ik hadden afgesproken bij haar hostel om haar op te halen voor een middagje hiken naar een waterval.

Hoppa, wandelschoenen aan en gaan met die banaan. Voordat we begonnen aan de enorme klim moesten we eerst nog even de aapjes bewonderen en op de foto met een slang. Maar uiteindelijk konden we dan beginnen. Een stevige klim van een paar honderd treden en wandelpaden maar de waterval was de mooiste die ik tot nu toe heb gezien. Enorm groot, mooi en met bulkend water kletterend op de rotsen.

Onze volgende stop (jaja, nog steeds in de toeristische alles-doen-alles-zien modus) was een uitkijkpunt met de zonsondergang waar de apen geheel menselijk verkracht zijn. Deze apen zijn gewoon tam doordat iedere dag mensen ze komen voeren. Best zielig eigenlijk maar goed aangezien ze toch al zo tam zijn als wat kon ik ze ook net zo goed voeren. Ze zijn eigenlijk heel beleefd en ze vragen om voedsel, in tegenstelling tot apen op andere plekken waar ik ben geweest.

Na een maaltijd in een restaurant (kijk, voor het eerst in dagen geen night market food) zijn we doorgereden terug richting Kuala Lumpur om een boottocht te maken met vuurvliegen. In dit gebied vind je de meeste fireflies ter wereld. Helaas was de boot een beetje duur dus besloten we vanaf de waterkant te genieten van de oplichtende bomen waar de vuurvliegjes zich terugtrekken. Zo een bizar gezicht, het lijkt net alsof de kerstverlichting op knipperstand staat.

Onze allerlaatste stop voor die dag waren de hotsprings. En oh wow, die waren hot geloof me. Voor Maleisiërs is het een soort open badcentrum waar je voordat je naar bed gaat even heerlijk kan opfrissen. Ondanks het feit dat het buiten nog steeds dertig graden was moesten onze lichamen er toch echt aan geloven. De heetste bron was echt te heet en die kan je amper aanraken, bijna kokend heet maar de minst warme bron, die nog steeds een graad of 50-60  is kan je ‘gemakkelijk’ betreden. Als enige blanke jongeman ter plaatse ontstond er een soort van kijkrichting naar mij hoe ik de hotspring in ging. Er werd natuurlijk gelachen, gegiechelt en toen ik een keiharde schreeuw eruit gooide omdat het niet normaal heet was werd er nog harder gelachen. Een geweldige ervaring en mooi hoe iedereen zo geinteresseerd in ons was. Maleisiërs zijn echt de meest lieve mensen die ik ooit heb ontmoet.

Vrijdag 12 januari 2013

Mijn laatste dag samen met Farid voordat ik weer op eigen houtje verder de wijde wereld in moest. We vertrokken vroeg richting Ipoh. Farid had namelijk een event aangemaakt op CoushSurfing voor een dagtrip naar Ipoh. Met een groep van zes mensen, vier Europeanen en drie locals (waaronder Joey) reden we weg van Kuala Lumpur. Na twee uur rijden kwamen we aan bij de grootste grot in Maleisië, Gua Tempurung vlakbij Ipoh. Meestal zijn grotten zeer verkoelend maar dat gaat hier niet op. Grotten zijn meer een soort van gratis sauna’s waar je druipend als een druipsteen de grot verlaat.

Voordat we echt naar Ipoh zouden gaan stopten we eerst nog bij een verlaten kasteel genaamd ‘Kellie’s Castle’. Oorspronkelijk zou dit onafgemaakte kasteel een plek worden voor een rijke Engelse familie lang lang geleden maar toen ging de persoon in kwestie dood en bla bla. Het komt er op neer dat het een mooi kasteeltje is, niets bijzonders maar wel leuk om te zien.

Oke, we zijn er bijna nog even volhouden. Eigenlijk ga je naar Ipoh voor één ding en dat is eten en koffie, de white coffee wel te verstaan. White coffee is doodnormale koffie met melk, suiker en ijsklontjes en is verrassend lekker. Try it when you are in Malaysia! Daarnaast moesten we natuurlijk eten in een bekend restaurantje waar schijnbaar het lekkerste eten wordt geserveerd. Typisch Ipoh eten is Kip met rijst. Het klinkt heel simpel maar het is meer dan dat. Mocht je ooit toevallig in Ipoh belanden, gewoon dit allemaal proberen.

Aan het eind van de middag zijn we nog naar een tempel geweest aan de rand van de stad. Deze tempel is gebouwd in en tegen een bergwand aan. Helaas was de grootste van alle tempels al dicht maar de iets kleinere was net zo mooi om te zien. En toen kwam het moment dat ik afscheid moest nemen van m’n eerste CS host. Het was best lastig aangezien je een week intensief met elkaar optrekt, veel deelt en leert van elkaar en dan bam komt de realiteit je weer tegemoet. Met al m’n baggage werd ik bij het busstation eruit gezet en kon ik wachten op mijn volgende Maleisische host, dit keer een dame die mij voor een nachtje in Ipoh onder haar hoede zou nemen.

 

 

 

My First Couchsurfing (CS) Experience, en wat voor één!

Vrijdag 4 januari 2013
Vandaag zou ik Thailand achter me laten en een nieuwe cultuur tegemoet gaan. In de ochtend heb ik m’n huis op m’n rug gehangen en ben voor een laatste maal naar de mall gelopen voor gratis wifi. Rond 10:00 uur ben ik op zoek gegaan naar een Songthaew, een soort van taxi tuktuk die je heel goedkoop overal naar toe brengt. Deze vind je overal in Thailand en zijn ideaal om jezelf met de locals korte stukken binnen grotere steden te laten verplaatsen. De gastvrouw van het hostel had een briefje geschreven met in het Thai: ik wil met een Songthaew naar het vliegveld. Zodoende stond ik dus langs de weg elke Songthaew aan te houden, wachtende tot de juiste voorbij zou komen en mij naar het vliegveld zou brengen. Elke keer werd er in half Engels gebrabbeld dat ik de volgende moest proberen. Na drie pogingen, echt binnen drie minuten, was er eindelijk eentje die de bestemming Hat Yai vliegveld had. De locals die al in de achterbak zaten vonden mij maar wat interessant en ik voelde me daadwerkelijk voor een half uur een attractie. Vergeleken met de tuktuk de dag ervoor was deze rit veel goedkoper, namelijk 20 Baht (€0,50), en voor die prijs word je twintig kilometer verderop gedropt bij het vliegveld.

Om 12:55 uur vertrok vlucht AK1971 (Air Asia) voor een 70-minuten durende vlucht naar Kuala Lumpur. Met mijn couchsurf host had ik afgesproken naar KL Sentral te komen waar hij mij zou ophalen. Hij had me de dag ervoor via Facebook uitgelegd hoe ik met de shuttlebus vanaf het vliegveld bij dit centrale treinstation kon komen. Het vliegveld van Kuala Lumpur (KL) ligt zo een 60 kilometer van de stad dus voor 9 Ringgit (€2,50) heb ik een enkeltje gekocht. In de bus zat ik naast de dikste Aziaat ooit, ja obesitas is een groot probleem aan het worden op dit continent met de enorme economische groei die ze doormaken hier.

Toen we door de enorme KL metropool reden brak in de atmosfeer de hell los. Zulke heftige regenbuien had ik in Thailand nog niet meegemaakt en de hele snelweg stond binnen no time blank. Gelukkig zijn ze hier gewend aan deze weersomstandigheden dus blijft alles gewoon lekker doorrijden. Met een beetje vertraging bereikte ik om 17:00 uur KL Sentral waar ik vrij nerveus op zoek ging naar mijn host Farid. Hij zou buiten in de auto wachten maar in eerste instantie kon ik hem niet vinden. Uiteindelijk bedacht ik me dat ik een foto had genomen van onze Facebook conversatie waarbij hij zijn nummerplaat had gegeven. Een hele opluchting toen ik eindelijk zijn paarse Proton minivan zag 🙂 Hij stapte uit en het voelde meteen goed. Hij vertelde dat de andere couchsurfer die ook bij hem verbleef binnen aan het zoeken was naar mij. Snel daarna kwam de Deense Rasmus naar buiten gelopen en konden we vertrekken.

Die ochtend had Farid op Facebook gevraagd of ik die avond uiteten wilde. Geen idee wat ik hierbij moest voorstellen maar er was wel een dresscode. Tsja, in mijn backpack zit geen driedelig kostuum of een paar nette schoenen. Na het doorgeven van mijn maten zou hij dit wel even regelen voor mij. In de auto vertelde Farid dat we zouden gaan eten in de Malaysian Petroleum Club op de 42ste verdieping van de Petronas Towers. Toen ik dat hoorde dacht ik dat ik al m’n gepinde Ringgits meteen zou verbrassen die avond. Ik liet het allemaal maar over mij heenkomen. Farid parkeerde de auto in de ondergrondse parkeergarage onder de torens en gaf mij en Rasmus een setje traditionele Maleisische kledij. Een nette blouse met een zwarte pantalon en nette dichte schoenen. In de parkeergarage moesten we ons omkleden en met de roltrap bereikten we de binnenkant van de torens waar zich een enorme mall huisvest. Met Farid voorop en wij als twee kuikentjes er achteraan moesten we door de beveiliging richting de lift. De Petronas Towers zijn sinds 9/11 enorm beveiligd en niemand komt er zomaar in.

Mijn oren zogen vacuüm toen we de 41ste verdieping bereikten in nog geen halve minuut tijd. Opeens sta je daar dan op 170 meter boven straatniveau en zie je de wereldberoemde skybridge van de torens naast je. Dit is namelijk de hoogste brug ter wereld die twee torens verbindt, en daarbij ligt deze volledig los en kan bewegen bij harde wind.

We vervolgden onze weg met de roltrap naar de 42ste verdieping waar de ingang van de Malaysian Petroleum Club zit. Farid had gereserveerd en uiteindelijk was de clue dat z’n moeder vroeger werkte in deze chique club met drie restaurants, een bar en lounge areas. Vandaar konden we gratis naar binnen en moesten we alleen betalen voor de drankjes en radihapjes. De menukaart zag er angstaanjagend uit maar toen ik deze open vouwde en zag dat een cola maar €1,50 was schrok ik van de goedkope prijzen. Uiteindelijk hebben we een drankje gedaan en een paar snacks besteld en waren we retegoedkoop uit voor deze bijzondere plek die je niet dagelijks bezoekt. De cakejes en gebakjes waren overigens gratis 🙂

We hebben genoten van het uitzicht bij daglicht en later ook bij nacht, we hadden gesprekken over Maleisië, over Denemarken en Nederland en couchsurfen en namen ontzettend veel foto’s. Uiteindelijk zijn we na drie uur weer naar beneden gegaan en hebben we onze echte avondmaaltijd genuttigd in de mall helemaal onderin de toren. Daarna hebben we nog genoten van de lichtshow die de fontein geeft achter de Petronas Towers in het KLCC park. Farid weet alles van Kuala Lumpur, zo ook waar je de mooiste foto’s kan maken, hoe laat alles open is en tot wanneer de lichtshow duurt. Ten slotte zijn we nog naar de voorkant van de torens gelopen en hebben daar wat laatste foto’s gemaakt.

Farid is awesome en het is geweldig om zo op deze manier je eerste couchsurf experience te hebben. Niet iedereen kan zeggen: ik ben gratis, in traditionele Maleisische kleding op de 41ste verdieping bij de skybridge naar de Malaysian Petroleum Club in de Petronas Towers geweest 🙂

Fabulous lifestyle night out na drie weken backpacken, en hoe intens ik er van genoten heb is niet te beschrijven.

Reizen door Thailand op weg naar Hat Yai

Woensdag 2 januari 2013
Onze 15 kilo’s aan levensmateriaal hadden Jaakko en ik de avond ervoor al gepakt, snel douchen dus en op naar de pier om onze boot te halen. Om 6:45 uur stapten we in de bomvolle Songserm ferry die koers ging zetten richting de Don Sak pier. Na twee uur heel chill op het buitendek te hebben gezeten en langzaam aan alle kleine Thaise eilandjes in zee verdwenen kwamen we aan. Hier heb ik afscheid genomen van Jaakko die al vrij snel de bus in moest. Na een goed uur mochten dan ook eindelijk de mensen voor Hat Yai en Phuket een busje in richting Suratthani. Na een tijdje kwam ik aan bij een busstation waar ik al eerder was geweest toen ik van Ko Tao naar Ko Phi Phi aan het reizen was. De hemelpoorten stonden wagenwijd open dus het was een hele klus om alle bagage zo droog mogelijk uit de minivan te krijgen. Na tien minuten wachten mocht ik hetzelfde busje weer in, nu met alleen maar Aziaten. Deze mensen gingen net als ik allemaal naar Hat Yai .

Weer een tijdje verder werd ik het busje weer uitgegooid en moest wachten tot er een volgende minivan mij zou oppikken. Ja reizen in Thailand werkt op deze manier, en zoals eerder gezegd kom je altijd op plaats van bestemming aan.

Eindelijk na deze zeshonderdste overstap mocht ik blijven zitten tot Hat Yai, en dit keer met acht locals en drie Engelsen. Gelukkig dacht ik, voelde ik me niet geheel verlaten tussen alle Thai. Rond 13:30 uur vertrokken we, nog geen half uur onderweg, mijn ogen vielen langzaam dicht, tot ineens het busje stopte midden op het Thaise platteland. Houston, we have a problem… Lekke band was het probleem. Tot nu toe is al het reizen zo voorspoedig gegaan dus dit kon niet voorkomen worden. Een reserve band erop en een half uur later zat ik weer gezellig naast m’n Thaise vriendin die haar voeten zowat op m’n schoot had gelegd.

Rond een uur of zeven kwamen we aan in Hat Yai, een grote stad met 150.000 inwoners vlakbij de grens met Maleisië. Vanaf hier gingen de Engelsen door met een bus naar Maleisië en ik zou twee nachten doorbrengen in deze stad, wachtend op m’n vlucht voor Kuala Lumpur. We werden redelijk centraal afgezet en met wifi overal beschikbaar checkte ik het internet voor een goed hostel. Cathay Guesthouse was zeer goedkoop maar had goede reviews. Zodoende ben ik achterop gesprongen bij een taxiscooter en tien minuten later stond ik hartje centrum Hat Yai bij Cathay Guesthouse. Ze hadden voor 240 Baht een zeer ruime tweepersoonskamer voor mij. Dat beviel me wel, zeker zodat ik dan weer eens lekker al m’n spullen kon uitstallen en m’n backpack opnieuw kon inpakken voor m’n vlucht.

Die avond heb ik rondgelopen door Hat Yai en ben geëindigd in de grote mall midden in het centrum. Op tijd naar bed gaan was een must na 13 uur reizen.

Donderdag 3 januari 2013
Na al dat mooie weer op Ko Tao, Ko Phi Phi en Khao Sok en de heftige regenbuien op Ko Pha Ngan kwam ik er al snel achter dat het weer in Hat Yai tegenviel. Een regenachtige morgen was het maar toch besloot ik met m’n parapluutje de stad door te lopen. Ik was wel weer in voor wat tempels en daar heeft Hat Yai een overvloed aan. Hier ligt tevens de drie na grootste reclining Buddha ter wereld. Toen het die middag wat opgeklaard was en ik centrum Hat Yai al drie keer op en neer had gelopen, wilde ik wel graag deze Buddha bezichtigen. Met een tuktuk die kant op gaan was het makkelijkst, werd mij verteld. Na wat onderhandelen mocht ik voor 200 Baht mee. Ja, dikke afzetterij dus. Binnen tien minuten bereikten we de tempel waar ik makkelijk naar toe had kunnen lopen.

Na lekker toeristisch foto’s te hebben genomen probeerde ik m’n tuktukbestuurder te overtuigen dat 150 Baht meer dan genoeg was, en dat als hij dat aanbod niet zou aannemen ik hem 100 zou geven voor de heenrit en terug zou lopen. Helaas schoot dat in het verkeerde keelgat. Uiteindelijk heb ik hem zover gekregen om mij voor 200 terug te rijden maar dan wel een flinke omweg zodat ik nog wat laatste Thais leven kon opsnuiven.

Na dit uitstapje heeft hij me op dezelfde plek bij de mall afgezet en heb ik daar bijna de hele avond rondgehangen. Bij het internetcafé kon ik m’n foto’s uploaden en heel belangrijk: er was airco. Ondertussen ben ik nog naar de lokale straatmRkt geweest voor goedkoop eten en toen was het tijd om mijn heerlijke tweepersoonsbed op te zoeken.